Niels Henrik David Bohr (1885-1962)

Niels Henrik David Bohr (Kopenhagen 1885 – 1962) was een Deense theoretische natuur- en scheikundige en wordt wel de grondlegger van de atoomfysica en kwantummechanica genoemd.
Hij werd geboren in een familie met voorouders in de bankwereld en groeit op in een intellectuele burgerfamilie. Zijn vader was hoogleraar fysiologie aan de Universiteit van Kopenhagen. N. Bohr en zijn broer waren uitstekende voetballers. Zijn broer Harold speelde zelfs in het Deense elftal dat in 1908 zilver won op de Olympische Spelen in Londen.
Niels Bohr was een overtuigde atheïst. Op 18-jarige leeftijd gaat hij natuurkunde studeren aan de Universiteit van Kopenhagen. In 1912 trouwt hij met Margrethe Nørlung (B2). Zij zullen 6 kinderen hebben.
In 1907 won hij met een manuscript over oppervlaktespanning van water een gouden medaille van de Koninklijke Deense Academie van Wetenschappen en Letteren. Omdat de universiteit niet beschikte over een natuurkundig laboratorium moest N. Bohr zijn experimenten uitvoeren in het fysiologisch laboratorium van zijn vader. Zijn winnend manuscript werd in 1908 gepubliceerd in Philosophical Transactions van de Royal Society, het eerste en langstlopende wetenschappelijk tijdschrift in de wereld. Het werd gelanceerd in 1665. In 1911 promoveert N. Bohr via een proefschrift met als titel ‘Studies on the Electron Theory of Metals’. Na zijn promotie ontving N. Bohr een studiebeurs, gefinancierd door de Deense bierbrouwerij Carlsberg.
Om verder onderzoek te doen over de elektronentheorie vertrekt hij naar Engeland bij Joseph John Thomson (1856 – 1940), een autoriteit in het gebied. Maar de samenwerking verliep erg stroef. We vinden hem terug aan de universiteit van Manchester bij Ernest Rutherford (1871–1937).
In die jaren heerste een intensief wetenschappelijk activiteit i.v.m. de radioactieve verschijnselen.
Geïnspireerd door het werk van M. Planck (uitstraling van het zwart lichaam) en dat van A. Einstein (foto-elektrisch effect) en om de fouten uit het atoommodel van E. Rutherford te corrigeren, ontwikkelt hij een eigen theorie over de bouw van atomen. Vanaf 1913 werd hij door dit werk wereldberoemd.
In 1913 – 1914 was N. Bohr lector natuurkunde aan de Universiteit van Kopenhagen. In 1914 – 1916 kreeg hij een vergelijkbare aanstelling aan de Victoria Universiteit in Manchester. In 1916 werd hij benoemd tot hoogleraar theoretische fysica aan de Universiteit van Kopenhagen, en vanaf 1920 – tot aan zijn dood in 1962 – stond hij aan het hoofd van het Instituut voor Theoretische Fysica, dat voor en door hem aan die universiteit werd opgericht.
In 1922 kreeg hij voor de erkenning van zijn werk over de structuur van atomen de Nobelprijs. N. Bohr werd in 1952 de eerste directeur van de theoretische afdeling van CERN in Geneve. Tijdens het academische jaar 1926 – 1927 werkte Werner Heisenberg (1901 – 1976) als assistent bij N. Bohr in Kopenhagen, waar W. Heisenberg het onzekerheidsprincipe formuleerde.
N. Bohr ontmoette in september 1941 in Kopenhagen, dat door nazi-Duitsland bezet was, zijn voormalige student W. Heisenberg. N. Bohr was geschokt omdat deze zonder morele bezwaren meewerkte aan een Duitse atoombom. Maar W. Heisenberg deed er naar eigen zeggen juist alles aan om dat project te vertragen.
Het was niet de Duitse maar de Amerikaanse bom ‘Fat man’, die het eerst klaar was. In 1943 lekte uit dat alle Joden in Kopenhagen opgepakt zouden worden. (Kijk naar de recrutering-poster in volgende excursie van deze module). N. Bohr bood de vluchtelingen tijdelijke banen aan bij het instituut, voorzag hen van financiële steun en vond uiteindelijk plaatsen voor hen bij instellingen over de hele wereld.
N. Bohr, die van moederszijde van Joodse origine was, vluchtte, zoals veel anderen, in een vissersboot naar Zweden om aan de nazivervolgingen te ontsnappen. Daarna ging hij samen met zijn zoon Aage naar de Verenigde Staten. Daar sloot hij zich aan bij het Manhattanproject. Hij werkte voor de rest van de oorlog mee aan de Amerikaanse atoombom.
Het Manhattanproject was de naam van het project waarmee Amerika tijdens de Tweede Wereldoorlog de atoombom ontwikkelde. Maar tenslotte realiseerde N. Bohr zich dat hij meewerkte aan de ontwikkeling van een verschrikkelijk wapen.
In augustus 1945 kon N. Bohr terugkeren naar Denemarken. In de jaren 1950 engageerde hij zich in de politiek en sprak hij zich – in het kader van de nucleaire wapenwedloop – uit voor meer openheid tussen ‘Oost’ en ‘West’. Hij werd een pleitbezorger voor het vreedzame gebruik van kernenergie. In 1955 organiseerde N. Bohr in Genève de conferentie Atoms for Peace.

